✔ Snelle levering binnen 1 à 2 werkdagen ✔ Retourneren binnen 14 dagen en altijd geld terug ✔ Gratis verzending vanaf €75,- *

SNOWBOARDS

De eerste snowboards, toen nog Snurfers genoemd zijn in 1929 gemaakt, toen nog als kinderspeeltje. In de jaren zeventig begon het beroemde merk Burton met het industrieel fabriceren van snowboards. Tegenwoordig maken bijna alle grote skimerken snowboards en veel grote en kleinere snowboardmerken hebben zich gespecialiseerd in het maken van snowboards.

Bijna alle snowboards worden met een houten kern gemaakt, hieronder zit het belag. Op de meeste boards zitten gaten met schroefdraad, de zogenaamde inserts. Alleen Burton heeft een tweede montage systeem, bindingen worden op een soort sleuf gemonteerd (EST bindingen). Verschillende fabrikanten gebruiken verschillende bindingen met schroeven op verschillende afstanden, op moderne boards zijn al deze bindingen goed te plaatsen. Vaak zitten er meerdere gaten in de discs en kan je kiezen uit verschillende montage posities op het board. Afhankelijk van je lengte en stance op het board.

Naast gewone boards, bestaan er ook Wide snowboards. Deze board zijn niets minder dan boards voor mensen met grote voeten. Vanaf een maat 44,5 moet je vaak naar een Wide board kijken. Daarnaast zijn ook Mid wide boards, deze worden niet in een Wide versie gemaakt en kunnen vaak schoenmaten tot ongeveer 45/46 aan.

WELK TYPE SNOWBOARD PAST BIJ MIJ?

Ben jij op zoek naar een snowboard, maar heb je geen idee welk type board bij jou past? Daar kunnen wij je gelukkig bij helpen! In deze video legt onze adviseur Björn precies uit welk type board bij welk type snowboarder past. Snowboards worden in een aantal categorieën gemaakt.

Als je je gaat verdiepen in de verschillende typen snowboards, zal je merken dat je deze kunt verdelen in drie categorieën: ‘park/freestyle’, ‘all mountain’ en ‘freeride’. In dit artikel gaan we uitleggen wat de verschillen zijn tussen deze categorieën.

Park/Freestyle

Onder park/freestyle vallen de snowboards die over het algemeen worden gebruikt voor wat meer freestyle-georiënteerd rijden. Een trucje, stukje achteruit, een rondje door het park… Met dit soort boards moet het allemaal lukken! Park/freestyle-boards hebben over het algemeen een wat flexibeler karakter, wat de ruimte geeft om kleine foutjes te maken tijdens het oefenen. Want die foutjes komen natuurlijk regelmatig voor al je nieuwe trucjes aan het leren bent!

Allmountain

De tweede categorie zijn de all mountain-snowboards. De naam zegt het al een beetje: met deze boards ben je opgewassen tegen alle omstandigheden die je kunt tegenkomen op de berg. All mountain-boards zijn dus niet alleen goed te beruiken op de piste, maar ook als je off piste gaat of wilt stunten in het park. Deze boards zijn in vergelijking tot de freestyle-categorie een tikkeltje stijver, omdat er bij het all mountain-snowboarden wat meer snelheid en bochtenwerk komt kijken. Een stabieler board is dan wat prettiger.

Freeride

De laatste categorie is de freeride-categorie. Bij deze categorie ligt de nadruk voornamelijk op het bochtenwerk. Hierbij maakt het niet uit of jouw voorkeur ligt voor op de piste of off piste. Met freeride-boards kun je best een stukje achteruit rijden, maar het zal minder makkelijk gaan dan met bijvoorbeeld een freestyle-snowboard. Freeride-boards zijn ook een stuk stijver dan snowboards uit de andere categorieën, omdat je de snelheid met freeriden vaak een stuk hoger ligt en het dan het beste is om een board met meer stabiliteit te hebben. Zo houden deze boards veel meer rust op het moment dat het tempo omhoog gaat.


ALLES OVER SNOWBOARD SHAPES

Rocker, camber.. Het zijn termen die je vaak tegenkomt in de ski en snowboard wereld. Geen idee wat deze termen betekenen? Op deze pagina leer je alles wat je moet weten over de verschillende soorten snowboard shapes.

Twin vs. Directional

Heel kort door de bocht gezegd zijn er twee belangrijke shapes bij het snowboarden. True twin en directional shapes. Er zijn echter genoeg variaties die nog specifieker zijn, zoals een directional twin, asymmetrical twin, tapered directional. In dit stuk beperken we ons even tot de basis, de true twin en directional shapes.

True twin shapes

Dit zijn snowboards die vaak precies symmetrisch zijn van voor naar achter. Het profiel van het board (camber, rocker) is gelijk verdeeld van voor naar achter. Dit maakt het makkelijk om switch (achterstevoren) te snowboarden. Daarnaast is het board ook symmetrisch qua stijfheid. Meestal staan je bindingen ook precies in het midden op een true twin board. Dit type snowboard komt natuurlijk het best tot zijn recht in het funpark of als je van freestylen houdt. Maar er zijn ook veel all-mountain boards waarop je een true twin shape ziet, gewoon omdat het ook leuk is om af en toe switch te boarden.

Directional shapes

Dit type snowboard is vooral gemaakt om rechtdoor te gaan. In tegenstelling tot true twin shapes sta je bij directional shapes ook vaak iets meer naar achter op het board. Bij een freeride stance zul je iets verder naar achter staan dan bij een all-mountain stance. De stijfheid van het board verschilt vaak iets aan de voor of achterkant van het board.

Camber vs. Rocker

Camber.. of toch rocker? Wat is voor jou de beste keus?

Camber

De traditionele vorm voor een snowboard zoals deze al jarenlang wordt gebruikt, ook wel voorspanning genoemd. In vlakke, onbelaste positie is alleen de tail en de nose in contact met de sneeuw. Door de belasting van de berijder wordt het board vlak gedrukt en ontstaat er een maximale spanning van neus tot tail. De uiteinden van het board drukken naar beneden, het contactvlak is groot. Bij het insturen van de bocht, is er veel kracht nodig om het board op zijn kant te krijgen. Je moet hem immers door deze ontstane spanning heen duwen en deze wordt ook alleen maar groter naarmate het board verder op zijn kant gaat. Er is direct veel grip op de kant. De camber-shape wordt gebruikt in zowel directional, als twin gevormde boards.

Eigenschappen van een Camber shape:

  • veel response
  • levendig
  • goed voor zwaardere, krachtige rijders
  • minder ruimte voor fouten
  • minder drijfvermogen in losse of verse sneeuw


Rocker

De tegenovergestelde shape van camber, de banaan-achtige ronde vorm. In vlakke, onbelaste positie is het board maar met een klein oppervlakte, tussen de bindingen, in contact met de sneeuw. Het heeft een beetje de vorm van een banaan. Als je het board neerlegt, dan kan het schommelen van neus naar tail. Door de belasting van de berijder wordt het board vlak gedrukt en wordt het contactvlak wat groter. Er ontstaat minder spanning in de nose en in de tail in vergelijking met een camber. Deze spanning is voornamelijk aanwezig in het board, van binding tot binding. Hierdoor geeft het board minder weerstand tijdens de kantenwissel. Je hoeft hem immers niet door de spanning heen te drukken. Het board heeft eigenlijk al de vorm die hij krijgt als deze in de bocht ligt. Het board stuurt dus makkelijker naar zijn kant. Het heeft als nadeel dat het board hierdoor ook minder grip heeft, op zijn kant. Er is minder spanning en minder staalkant lengte, om aan te grijpen in de sneeuw. Hoe verder je het board op zijn kant zet in de bocht, hoe groter je grip wordt. Er ontstaat immers meer spanning en lengte staalkant om mee te snijden. Dit omdat het board steeds meer doorbuigt, naarmate je verder in je bocht hangt. Er is dus wat minder grip bij een Rocker shape, dan bij een camber shape. De Rocker-shape wordt gebruikt in zowel directional, als twin gevormde boards.

Eigenschappen van een Rocker shape:

  • zeer vergevend voor foutjes
  • eenvoudige kantenwissel
  • veel drijfvermogen in losse of verse sneeuw
  • minder gripvol bij carven


Hybride Rocker

Dit is een combinatie van Rocker en camber in 1 shape. Het heeft 2 kleine cambers onder de voeten en een rocker in het midden. De rocker overheerst bij dit profiel. Het board is in vlakke, onbelaste positie op 1, 2 of 3 plaatsen in contact met de sneeuw; dit hangt af van hoe diep de rocker tussen de voeten naar beneden komt. Bij deze hybride vormen is er verschil van merk tot merk, hoe groot het hoogteverschil is. Bij de ene ligt de rocker in het midden, lager dan de tail en nose. Bij de andere is de tail en nose weer het laagste punt. Afhankelijk van deze verschillen heeft de ene hybride meer spanning dan de ander. Hoe meer de vorm op een camber gaat lijken, hoe meer spanning er ontstaat. Door de belasting van de berijder ontstaat er spanning vanaf net voor, tot aan net achter de binding. Dus minder spanning in de neus en tail dan bij een camber, maar meer dan bij een volledige Rocker vorm. Ze worden als het ware licht van de grond gelift. Hierdoor krijgt het board een makkelijke kantenwissel maar zal sneller grip hebben dan een Rocker. Ook bij deze vorm is de maximale grip en staalkant-lengte pas later in de bocht aanwezig, dan bij een camber. Maar eerder dan bij een Rocker. De hybride twin vorm wordt meestal in twin gevormde snowboards gebruikt.

Eigenschappen van een hybride rocker:

  • vergevingsgezind
  • makkelijke kantenwissel
  • drijvend vermogen in losse en verse sneeuw
  • goede grip bij carven

Hybride Camber

Deze shape is een combinatie van Camber, van ongeveer voet tot voet, die uitloopt in een “gelifte” nose of tail. Soms ook weer rocker genoemd. Omdat het hier ook om een combinatie van camber en rocker gaat, noemen we dit dus ook een hybride. Bij dit profiel overheerst de camber. Deze camber kan in het midden liggen, bij een twin. Maar kan ook meer naar achteren liggen zoals bij directionele vormen. Soms zelfs alleen onder de oude voet. In onbelaste positie is het board op 2 plaatsen in contact met de sneeuw. Deze punten liggen net voor en achter de bindingen. Door de belasting van de rijder vlakt het board bijna volledig uit en ontstaat er een groot contactvlak. Alleen de neus en/of de tail komen eerder van de grond, net na de binding. Ze worden “gelift”. Hierdoor is het breedste deel van het board, de neus en/of de tail, niet in contact met de sneeuw. Door de mindere spanning op die plaatsen, stuurt deze shape makkelijker naar zijn kant dan een volledige camber. Ook is er meer drijfvermogen in losse en verse sneeuw. Omdat je vroeg in de bocht wel je volledige staalkant tot je beschikking hebt, en er spanning is van de camber, heeft dit board snel grip. Dus het voordeel van het drijfvermogen van de Rocker en de response van de camber. Deze shape kom je tegen bij zowel twin en directioneel gevormde boards.

Eigenschappen van een hybride camber:

  • iets vriendelijker dan een camber
  • gripvol
  • vraagt iets meer kracht voor kantenwissel
  • drijft goed in losse of verse sneeuw

Triple Base Camber

De traditionele vorm voor een snowboard, ook wel voorspanning genoemd. In vlakke, onbelaste positie is alleen de tail en de nose in contact met de sneeuw. Door de belasting van de berijder wordt het board vlak gedrukt en ontstaat er een maximale spanning in het board van neus tot tail. De uiteinden van het board drukken naar beneden waardoor er bij het insturen van de bocht er snel veel grip is op de staalkant. Door de uiterste contactpunten in neus en tail iets omhoog te vouwen, staan deze open. De vorm lijkt een beetje alsof er een ronding ontstaat in de neus en tail. Hierdoor ontstaat er een makkelijkere instuurfase dan met een volledige camber. Er is immers minder weerstand, omdat het board minder breed lijkt. Je rolt wat meer van kant naar kant. Het lijkt een beetje op een boeg van een boot. Bij het insturen van je bocht heb je al snel, heel je staalkant tot je beschikking voor grip. Deze grip is groter omdat de hoek van de staalkant t.o.v. van de sneeuw optimaler is, in vergelijking tot alle andere shapes. Deze shape wordt gebruikt in zowel directional als twin gevormde boards. Voornamelijk bij het merk Bataleon.

Eigenschappen van een camber Triple base shape:

  • veel grip
  • eenvoudige kantenwissel
  • goed drijfvermogen
  • vergevend
  • makkelijk om mee te leren

Flatbase Rocker

Deze shape heeft een vlakke zone onder de bindingen die in de neus en tail uitloopt in een rocker. In de vlakke, onbelaste positie is het board met zijn platte zone in contact met de sneeuw. Door de belasting van de berijder verandert er niets in de vorm van het board. Door de rockerzones drukken de neus en tail nauwelijks in de sneeuw in onbelaste positie. Bij het insturen is er minder weerstand, waardoor dit makkelijker gaat dan bij een camber. Omdat je vrij vroeg in de bocht wel je hele staalkant tot je beschikking hebt om grip te krijgen, stuurt het board goed in. Dit in tegenstelling tot een volledige, banaanvormige rocker. De spanning die ontstaat is niet zo direct als een camber of een hybride. Je hoeft immers geen camber-bolling uit het board te duwen. Ook is het iets minder levendig, er is immers minder spanning. Deze vorm komt terug in zowel twin, als in directional gevormde boards.

Eigenschappen van een Flatbase Rocker shape:

  • stuurt makkelijk in
  • gripvol
  • ruimte voor fouten is groot
  • iets minder levendig
  • goed drijfvermogen